Embleem Titel Facebook

De Gevangenwagen in Rucphen

Rucphen: Gasterij De Posthoorn

Het was donker in de gelagkamer van de afspanning de Posthoorn. Buiten viel een koude november nacht over de Rucphense Heide. Een reiziger, wachtend op een diligence naar Antwerpen, zette zijn koffer op de grond en knikte naar de andere reizigers en een gepensioneerde voerman die aan het tafeltje in de hoek zijn bier dronk. We bevinden ons in het jaar 1736.

"Stil", sprak de reiziger verveeld.

"Tjah, nu wel", lachte de voerman schamper.

"Hoezo, 'nu wel'? Dat riekt naar een verhaal, beste man", zei de reiziger weer en de ogen van de voerman schitterden. Hij stond op, warmde zijn handen even aan het haardvuur en iedereen zweeg.

"Het begon allemaal meer dan een jaar geleden, op 4 augustus 1735. De zomer was prachtig en sinds het Engelse leger over de wegen naar Antwerpen was getrokken was het nog nooit zo druk geweest. Er waren zoveel brieven te bezorgen dat de postiljons zelfs 's nachts reden met een lantaarn in de hand. Ja, wij hadden het goed in die tijd. Té goed misschien. Want als het goed gaat, raakt men wel eens verveeld en dan gebeuren er vreemde dingen.

Hendrik Beenhacker was een van de voermannen. Een goede vent uit Roosendaal. Het vak werd al door zijn overgrootvader beoefend en ging van vader op zoon over. Ja, Hendrik was een bekwaam voerman die wel in was voor een geintje. Op een dag was hij vertrokken bij posthuis 'In Amsterdamme', langs 't Zilveren Hoeckske naar Essen. Van daaruit zou hij naar hier, de Posthoorn rijden. Zo ging dat al jaren.

In Essen hield hij stil om zijn vermoeide paarden te laten drinken. Daar raakte hij aan de praat met een andere voerman. Praten kon Hendrik als de beste en zoals gezegd, maakte hij graag een geintje. Er werd gelachen en links en rechts een goedbedoelde tik uitgedeeld. Hendrik kende echter zijn eigen krachten niet en sloeg per ongeluk de ander zo hard in zijn gezicht, dat de man dood neerviel. Hendrik was totaal ontredderd. Zo kwam een vrolijke middag abrupt aan een duister einde.

"Ge moet vluchten, Hendrik", riepen de andere gasten Hendrik toe. Want iedereen wist dat Hendrik het niet zo bedoeld had. Hij was geen kwaaie man. Dat wist iedereen.

Zo kwam het dat Hendrik zich uit de voeten maakten. Maar de mannen van de schout haalden hem in en namen hem gevangen. Ik zeg u, als ge ooit een misstap begaat, kunt ge beter dood zijn dan in handen vallen van het gerecht.

De familie van de dode maakten van de misdaad een veel grotere zonde. Hendrik was, zo beweerden zij een bloeddorstig moordenaar en de buurt zou niet veilig zijn zolang Hendrik op vrije voeten was. Geen straf was zwaar genoeg voor Hendrik. De rechters waren zeer gevoelig voor de klaagzang van deze familie. Welke argumenten men ook tegenwierp, hoe men ook de goedheid van Hendrik belichtte, het had geen zin. De rechter veroordeelde de arme Hendrik tot tien jaar tuchthuis en een levenslange verbanning uit de Vrijheid Roosendaal en de Heerlijkheid Nispen. Veel te zwaar voor zo'n goede vent als Hendrik. Als hij uit 't gevang zou komen, zou hij zijn vak nooit meer uit kunnen oefenen".

De oude voerman zweeg en staarde even in het vuur, aangestaard door de reizigers in de gelagkamer. Je kon een speld horen vallen.

"We lieten het er natuurlijk niet bij zitten", bulderde ze oude man zo hard, dat zijn luisteraars er van schrokken. "Als het gerecht geen gerechtigheid meer kent, nemen we dat recht zelf maar in handen", riep hij en sloeg met zijn hand hard op de tafel. Zo hard dat de bekers omvielen.

"Robin, de zoon van een postiljon, kwam pas opgewonden de Posthoorn binnen rennen en riep: "Hendrik wordt op 8 november naar 't tuchthuis gebracht. Dit is onze kans mannen. We gaan hem bevrijden". Diezelfde avond ging Robin alle huizen in de buurt af. Hendriks familie, zijn vrienden, iedereen verzamelde zich hier. Zelden heeft het hier zo vol gezeten als op die stormachtige herfstavond. Hier beraamden we onze plannen.

Robin had meer informatie los weten peuteren van een loslippige wachter. Hij ging op de tafel staan en vertelde dat Hendrik met een koets naar het tuchthuis in Breda zou worden gebracht. Zijn voeten werden met ketenen aan de banken van de koets vastgemaakt opdat hij niet kon ontsnappen. Bovendien werd hij begeleid door een gerechtsbode, een ondervorser en slechts vier dienaren van justitie, "Die kunnen we gemakkelijk aan", riep Robin en wij stemden daar luid schreeuwend mee in. Messen en zwaarden werden omhoog gestoken en er werd extra bier geschonken. Er werd gezongen en we bedachten een overvalsplan.

iconLees verder. Klik hier voor het tweede deel van "De Gevangenwagen in Rucphen".


Vorige Volgende Terug