Embleem Titel Facebook

De Gevangenwagen in Rucphen (vervolg)

Rucphen: Gasterij De Posthoorn

Die idioten van het gerecht gingen de postbaan af en kwamen zo hier bij de Posthoorn uit. Je had hun gezichten moeten zien toen Robin daar voor hen het pad versperde.

"Opzij, kwajongen", riep de koetsier. "Of ik stop je in de koets. En daar zit een hele boze boef in".

Een van de vier dienaren van justitie kwam echter al naar voren om de jongen een draai om zijn oren te verkopen. Maar Robin lachte hem uit en riep. "Als ge mij aanraakt, krijgt ge daar spijt van". De dienaar lachte schamper en greep Robin bij zijn arm.

De Gevangenwagen in Rucphen
"Maar Robin lachte hem uit en riep. 'Als ge mij aanraakt, krijgt ge daar spijt van'."

Toen kwamen wij tevoorschijn. Zestig man sterk waren we. Een-en-zestig, met Robin er bij.

We grepen eerst de dienaar die Robin had gepakt, en toen gaven we de anderen zo'n pak slaag dat ze er jankend vandoor gingen. We trokken de deur van de koets open en lieten de gerechtsbode en de ondervorser nog even goed schrikken zodat zij voor het eerst in hun luie leven in looppas de heide op renden.

Voor die rechtslui met hulp terug zouden keren, sprongen we op de koets. Ik nam de leidsels, keerde de koets en zette een flinke galop in. Nog nooit heb ik zo hard over de postbaan gereden. Het hotste en botste en iedereen die bij Hendrik de koets in was geklommen, moest zich uit alle macht vasthouden. Zo reden we in volle vaart naar Horendonk, naar de Ouwe Uil. Daar wachten onze handlangers en wisten we de ketens van Hendrik los te breken. We lieten de koets achter en reden op frisse paarden naar Achterbroek. Daar vierden we tot diep in de nacht feest. Hendrik was vrij, al moest hij wel de streek verlaten. Het besef dat hij onbedoeld een leven had genomen, drukte al zwaar genoeg op Hendrik. Meer verdiende hij niet".

De man staarde even genoegzaam in het vuur, draaide zich om en stak zijn beker bier omhoog. "Op Hendrik", riep hij en de hele gelagkamer bulderde het uit. "Op Hendrik".

"En op Robin", riep de voerman. "Want hij is misschien wel de grootste held van dit verhaal".

Stof tot nadenken

Helden, zo zegt men, zijn onsterfelijk. Heldendaden evenzo. Ze laten voor eeuwig een vage indruk achter die, slechts door hén die daar gevoelig voor zijn opgemerkt zal worden. Verhalen worden doorgegeven en met elke overlevering veranderen zij. Maar de kern, die blijft hetzelfde.

Of het Hendrik was die in de koets geklonken zat en of de kleine Robin werkelijk de gevangenwagen staande hield is niet met honderd procent zekerheid te zeggen. Daarvoor zijn de bronnen te vaag. Maar hun daden getuigen van moed en betrokkenheid. Eigenschappen die ook nu nog tot de verbeelding spreken.

De overval heeft werkelijk plaatsgevonden. En ook de voorvader van Hendrik, Hendrick Anthoniszen Beenhacker, heeft werkelijk bestaan en was een van de tien wagenvoerders die de postdienst onderhielden tussen Zevenbergen en Antwerpen.

iconWilt u dit verhaal nog eens op uw gemak beluisteren? Klik dan hier voor de luisterversie van "De Gevangenwagen in Rucphen".

iconLuister ook naar de andere verhalen in onze serie Baroniepoorten.


Vorige Volgende Terug