Embleem Titel Facebook

Verhalen in de Seterse Hoeve

Oosterhout: Gasterij De Seterse Hoeve

In het duister van de avond was het nog nét zichtbaar tegen de achtergrond van donkere bossen. Op de hoek van de Vijfeikenweg en Ketenbaan stond een klein boerderijtje. Het warme licht van achter het raam deed menig reiziger verlangen om aan te kloppen, zich te warmen aan het vuur. Welk een verrassing was het voor hen die aan deze drang gehoor gaven, want in het boerderijtje trof men een toog waar een waardin met blozende wangen de kroezen vol met bier schonk. Er werd gelachen, gezongen, gedronken en… er werden verhalen verteld. Het cafeetje kende zijn vaste gasten uit Oosterhout en Rijen, die telkens weer de weg vonden naar dat boerderijtje aan de bosrand. Daar, waar de geluiden verstomden als de oude verhalen naar boven kwamen en de verhalenverteller het woord nam.

Verhalen in de Seterse Hoeve
"Daar, waar de geluiden verstomden als de oude verhalen naar boven kwamen en de verhalenverteller het woord nam."

"Jullie weten niet half wat zich hier allemaal heeft afgespeeld", bromde een oude man in een donkere hoek. "Kennen jullie dat verhaal van de piraat?"

"Voor piraten moet je op zee zijn, beste kerel", riep een dronken man aan de toog.

"Helemaal niet. Het was 1650 toen de jonge Laurens Corneille Baldran de Graff de deur sloot waarachter zijn moeder bittere tranen schreide. Hij keerde zijn oude leven op het land de rug toe. Want hij wilde de zee op. Dat krijg je nou van al die mooie verhalen die de troubadours je brengen. De dromen van de jongen vulden zich met zeilen van schepen, woeste golven en het lonkende goud dat aan de andere kant van de oceaan zou liggen te wachten"

Er werd honend gelachen in de kleine ruimte rond de toog, maar de verteller keek ernstig rond. "Het leven op zee was precies zoals hij had gehoopt. En toch ging het de verkeerde kant op met hem. Hij werd een beruchte piraat. Hij nam kaperbrieven aan van hen die dat maar wilden. Of het nu de Fransozen waren, de Spanjolen of de Engelsen. Het kapersvak bracht hem uiteindelijk ook die rijkdom. Hij vestigde zich uiteindelijk op de Cariben en stierf in 1704 als een schatrijke bezitter van een suikerplantage".

"Je zuigt het uit je duim man", riep een andere gast die zijn kroes nog eens vol liet schenken. Maar de verteller liet zich niet kennen en zei kalm: "Ik ken deze streek als geen ander. Stel me op de proef".

De ander dacht even diep na en vroeg toen. "Vertel mij dan eens, goede man, hoe het komt dat deze straat de Ketenbaan heet".

iconLees verder. Klik hier voor het tweede deel van "Verhalen in de Seterse Hoeve".


Vorige Volgende Terug