Embleem Titel Facebook

De Brandende Herder (vervolg)

Strijbeek: Het Smokkelaartje

De ruiter was afgestegen en had amper een stap in de richting van Wards knapzak gedaan toen de herder plotseling in de greep kwam van een vlaag van hebzucht. Met zijn staf sloeg hij de ruiter tegen de grond en riep: "God is mijn getuige. Ik mag voor eeuwig branden als ik iets heb gevonden".

De herder ontstak in ontembare en kneep de keel van de ruiter zo hard dicht, dat deze weldra levenloos op het pad lag.

Nu drong de ernst van de daad tot de herder door. En ook zijn woorden. Maar het kwaad was geschied. Vlammen verschenen in de heide en leken hem van alle kanten in te sluiten. Hij voelde hoe de hitte aan zijn voeten, langs zijn benen, langs zijn lijf omhoog kroop. Gillend en eeuwig brandend rende hij over de heide.

De Brandende Herder
"Vlammen verschenen in de heide en leken hem van alle kanten in te sluiten."

Stof tot nadenken

Met regelmaat wordt de brandende herder, gezien op de heide. Of men hoort zijn geweeklaag en gekreun in de donkere novembernachten.

De boodschap mag duidelijk zijn, lieve mensen. De heide is 's-nachts geen plek voor stervelingen. Want daar waart de Brandende Herder of scheper, zoals men hem ter plaatse noemt. Alleen dwazen zoals smokkelaars riskeren hun leven in de ongure duisternis van de nachtelijke heide.

iconWilt u dit verhaal nog eens op uw gemak beluisteren? Klik dan hier voor de luisterversie van "De Brandende Herder".

iconLuister ook naar de andere verhalen in onze serie Baroniepoorten.


Vorige Volgende Terug