Embleem Titel Facebook

Stalkèrskes op de Pannenhoef deel 2

"Hé daar", riep hij. "Kom dat water uit. Het is gevaarlijk". En warempel. Het licht leek nu groter te worden. Het kwam dichterbij en dichterbij en met elke meter leek het licht feller te worden.
"Wie ben je?", riep hij. Maar niemand antwoordde. Nu pas ontdekte hij dat hij ook geen voetstappen of gespetter van water hoorde. Er was zelfs geen uil te horen. Het bos leek zijn adem in te houden en de boswachter begon zich wat ongemakkelijk te voelen. Hij hield zijn hand op tegen het felle licht. Zag hij achter het licht nu een donkere gedaante?
Juist toen hij dit dacht doofde het licht en tot zijn grote verbazing was hij helemaal alleen in deze doodstille, donkere omgeving. De boswachter rilde en voelde de kilte van de angst door zijn bloedvaten trekken. Vlug kroop hij op zijn kar en dreef zijn paard aan. Zo reed hij in de duisternis van de nacht naar huis, via de Oosteindseweg, sloeg hij de Wildert in met zijn mooie rode beuken. Maar in deze nacht zonder maan, benamen de bomen dat weinige licht dat de sterren op het pad wierpen en hij kon amper zien waar hij moest rijden. Het paard was onrustig. Het brieste en trok soms wild aan de teugels.
Daar verscheen het licht opnieuw. Weer dat schommelende licht. Maar nu scheen het recht voor hem alsof het hem de juiste weg tussen de bomen wees. Het leidde hem door de duisternis van de Wildert naar huis. Daar verdween het en weer was de boswachter helemaal alleen. "Nu heb ik toch werkelijk stalkaarsen gezien. Maar ik weet niet of ik ze weer tegen wil komen", sprak hij in zichzelf en sloot de deur van zijn woning goed af.

Vorige Volgende